|
Bekijk de grafiek met resultaten van de chronische-pijnprogramma’s.
Wie komt er in behandeling? Er komen meer vrouwen dan mannen in behandeling bij de pijnafdeling. In de poliklinische behandeling is ongeveer tweederde vrouw, in de klinische pijngroepen is dit ongeveer 80%. De leeftijd loopt van 18 tot 70 jaar, de gemiddelde leeftijd ligt rond de veertig jaar. De meeste mensen hebben al lang pijnklachten; de gemiddelden voor de verschillende groepen lopen van ruim vier jaar bij de poliklinische whiplashgroepen tot zes jaar in de klinische groepen. Fibromyalgie, rugklachten en whiplashklachten komen het meest voor. Deze cijfers zijn gebaseerd op de revalidanten die in 2008-2009 in behandeling waren.
Hoe worden effecten van de behandeling vastgesteld? In 2011 wordt gestart met het digitaal afnemen van uitgebreide uitkomstmetingen bij alle revalidanten van de pijnafdeling. Hier wordt alleen een aantal uitkomsten gegeven van de driedaagse klinische groepsbehandelingen: de intensiteit van de pijnklachten, de hinder of de invloed van pijn op het dagelijks leven, de mate waarin iemands stemming is verstoord en de mate waarin iemand vindt dat hij de stress van het leven aan kan. De eerste metingen dateren uit 1999-2000. Deze cijfers waren de aanleiding om het programma te herzien. Na een aantal wijzigingen vond er een in 2005 een uitgebreide herziening van plaats en sinds 2007 werken we met Acceptance & Commitment Therapy (ACT). In de grafiek worden de effecten van de behandeling aangegeven met effectgroottes. De horizontale stippellijnen geven afkappunten aan. Een effect kleiner dan 0,3 wordt beschouwd als niet relevant, tussen 0,3 en 0,5 is het effect klein, tussen 0,5 en 0,8 middelgroot en boven 0,8 is het effect groot.
Conclusies Uit de grafiek kan worden geconcludeerd dat de effecten van het huidige driedaagse klinisch groepsprogramma middelgroot tot groot zijn. De effecten zijn iets lager, maar nog steeds substantieel, bij de nametingen drie tot zes maanden na het einde van de behandeling. Ook laat de grafiek zien dat dit programma in de loop der jaren effectiever is geworden. De herziening van het programma vanaf 2005 gaf een duidelijke verbetering. Invoering van ACT gaf nog verdere verbetering in de invloed die pijn heeft op het dagelijks leven van revalidanten en op de mate waarin men vindt dat men stress kan hanteren. Dit zijn aspecten waarop ACT is gericht. Opvallend is ook dat de intensiteit van pijn afneemt na de behandeling hoewel de nadruk in de behandeling niet meer ligt op pijnvermindering. Kennelijk neemt de pijn toch af doordat de persoon pijn meer aanvaardt en zich richt op de belangrijke aspecten in het leven. Wie nu een programma volgt, heeft na de behandeling gemiddeld genomen minder intense pijn en kan de stress van het leven beter aan. De pijn heeft minder invloed op het dagelijks leven en de stemming is wat verbeterd.
|